Kronieken
van een Cupracer
Autobiografie van Mike Schreven
Nog voordat ik geboren was, was mijn lot eigenlijk al bestemd. De hele
vriendenploeg van mijn vader leek zo weggelopen te zijn uit de strip ‘Joe
Bar’, geheel inclusief lange haren, enorme bakkebaarden en achterlijke
capriolen op alles wat twee wielen heeft en hard kan. De eerste zoon van
mijn vader kon dan ook maar één naam hebben en alle mogelijkheden
tot discussie waren volledig uitgesloten. Motorracer Mike Hailwood was
de held van die tijd en Mike zou dus ook de naam worden van zijn eerste
zoon, ik dus.
8 augustus 1979 ben ik geboren, nog net in de coole 70’s. Vanaf
dat moment stond mij maar één ding te doen: wachten. Wachten
totdat ik achttien werd en (legaal) mocht motorrijden. De tussenliggende
tijd besteedde ik vooral aan het stunten met BMX’en, mountainbiken
en rondcrossen met opgevoerde brommers. Dé manier om alvast wat
voertuigbeheersing op te doen voor later. De manier waarop dit ging leverde
alom het vermoeden op dat mijn hersencapaciteit niet ver uit de buurt
lag van die van een ‘muzikant’ uit de Jostiband. Maar wat
kan je als motorliefhebbende tiener anders doen? Jezelf hele dagen afrekken
bij de foto’s van de nieuwe Fireblade? Dacht het niet.
Twee maanden na mijn achttiende verjaardag had ik mijn motorrijbewijs,
nog eens twee maanden later een motor: een Cagiva Mito 125. Ja, lach maar.
Ze hadden in Den Haag tijdens mijn 18-jarige wachttijd bedacht dat het
wel verstandig zou zijn jongeren eerst twee jaar op een ‘lichte’
motor te laten rijden. Leuk hoor. Bah!
Ondanks de beperkingen van zo’n veredelde brommer was dit wel de
motor waarop ik mijn eerste circuitdag reed. Het moet ergens in 1998 geweest
zijn op het circuit van Zolder in België. De zenuwen gierde door
mijn lichaam en de frequentie van het toiletbezoek ’s ochtends was
nog nooit zo hoog geweest. Kon ik wel meekomen? Er reden allemaal R1’s
en Fireblades in mijn groep en daar stond ik met m’n Mito 125. Onzin
natuurlijk, meekomen ging prima en zelfs inhalen was te doen. Wat moeten
sommige zich kapot geschaamd hebben zeg, een dikke R1 onder kont en die
125 maar niet voorbij komen, mwahahaa.
Na deze dag op Zolder was ik natuurlijk verkocht. Tennis? Hockey? Flikker
maar op met je nichtensporten! Racen wilde ik, racen moest ik en racen
zou ik. Dat is tenminste cool. De jaren daarna heb ik met teamgenoot Dave
nog heel wat circuitdagen afgewerkt op o.a Zolder, Zandvoort en Assen.
Zelfs tripjes naar de Nürburgring-Nordschleife schuwden we niet.
In 2002 besloten we echt te gaan racen. De circuitdagen gingen vervelen
en waren ook altijd lekker onhandig op doordeweekse dagen. In het voorjaar
haalde ik mijn B-licentie en datzelfde jaar beleefde ik mijn debuut in
de klasse tot 600 cc bij de KNMV-Cup. Dit was ook het jaar waarin ik mijn
eerste grondige bodemonderzoek verrichtte in de grintbak van de ‘eerste
linkse’ in Zolder en waarin ik mijn eerste racemotor, de Honda CBR600
uit 1994 in het ‘meeuwenmeer’ in Assen gigantisch in puin
reed. Resultaat: een uur bewusteloos, gebroken duim en middenhandsbeentje,
hersenschudding en alles gekneusd wat er maar te kneuzen valt. Ja, nu
wist ik het zeker: racen is érg gaaf! Gelukkig hebben we de foto’s
nog.
In 2003 heb ik wat meer ervaring opgedaan op een 97’er Yamaha Thundercat.
Deze donderpoes was lekker betrouwbaar en reed gewoon goed. Aan het eind
van het seizoen kon ik tevreden terugkijken en had ik veel geleerd. Inmiddels
reed ik al meer dan tien seconden sneller op Assen dan tijdens mijn eerste
circuitdag daar.
Het goede gevoel kon echter niet verhinderen dat ik besloot de helm aan
de wilgen te hangen. Het was gewoon te duur, de geldkraan stond niet gewoon
open, nee het stroomde eruit als bij een op hol geslagen hogedrukspuit!
Tijd om te kappen dus.
Een groot filosoof zei het al: een doel opgeven levert soms meer rust
en ontspanning op dan het daadwerkelijke bereiken van dat doel. En inderdaad
een jaartje niet meedoen is eigenlijk best relaxed: je hoeft je geen zorgen
te maken over een kater en slaaptekort op de zaterdag, je hoeft de motor
niet te onderhouden en het kost je niks. Ja, best leuk zo, vooral zolang
Dave meedoet en je toch zijdelings bij het verhaal betrokken bent.
‘Bloed kruipt waar het niet gaan kan’. Ongelooflijk hoe een
kort gezegde als dit zo’n enorme kern van waarheid kan bevatten.
Je hebt je voorgenomen niet meer te racen, je vermaakt je prima met rondhangen
in de paddock en op een dag zie je een interessante motor te koop staan:
zal ik dan toch? Wel gaaf.. Mooi ding.. Waarom ook niet? Kan ik het wel
betalen? Vond ik rondhangen niet zo relaxed? Toch wel cool.. En een paar
dagen later: hopla, Mike doet weer mee! Ik kan het gewoon niet laten.
En dat terwijl ik er eigenlijk niet eens echt goed in ben (sssssst, niet
verder vertellen).
Naam: Mike Schreven
Geboortedatum: 8 augustus 1979
Woonplaats: Tolkamer (Tollusland met carnaval)
Beroep: accountant/belastingadviseur (ja, ik snap er ook niks van)
Bindingsstatus: vrijgezel (ja, ik snap er ook niks van)
Hobby’s (naast racen): mountainbiken, hardlopen, film, muziek,
niks doen, slapen en natuurlijk: uitgaan en bier drinken
Materiaal: Honda CBR 600 R, bouwjaar 2000, ex-Hartelman, WP-vering voor,
Reiger achter, vermogen 110 pk?
Rijnummer: 107
Klasse: KNMV-Cup tot 600cc
Doel: plezier maken, veel leren en progressie boeken
|
|